Column Lonneke Kapoen

Deze hoofdrubriek bevat 0 rubrieken:

Je kan je werkdag ook bij Starbucks beginnen

Flexibel en activiteitgericht werken is straks de norm in de Rijnstraat. Lonneke Kapoen, operationeel manager bij de afdeling Analyse en Ondersteuning van de DT&V vertelt hoe zij en haar team warmdraaien voor de Rijnstraat.

"Mensen zijn gewoontedieren. Onze directie zit nu, samen met twee andere afdelingen van de DT&V in Rijswijk, op één verdieping met ongeveer honderd werkplekken. De inhoudelijke afdelingen werken al flexibel en op verschillende werkplekken, inclusief in het buitenland. De afdeling Analyse en Ondersteuning zit in de linkerhoek van het pand. Bijna iedereen van mijn afdeling heeft zijn vaste plek. Als ik een keer om half twaalf binnen kom, omdat ik eerst een overleg had buiten de deur, dan is mijn werkplek vrij.

Een half jaar geleden ben ik begonnen met de introductie van het idee van flexibel werken. Ik vroeg collega’s hoe zij bijvoorbeeld thuis werken voor zich zagen. De één reageerde enthousiast, de ander wilde werk en privé juist graag gescheiden houden. Ik heb de casus van de secretaresses van BZ voorgelegd, zij gingen van klassiek werken naar totaal flexibel. Een prachtig voorbeeld van hoe je een functie, waarvan je traditioneel denkt dat je die altijd op kantoor moet uitvoeren, ook heel anders in kunt richten. Voor sommige collega’s was het een shock om te ontdekken dat je jouw werkdag ’s ochtends ook bij Starbucks kunt beginnen.

'Mijn collega's willen werkplekken rond de pasfotoprinter'

Inmiddels lopen er binnen mijn afdeling pilots rond het nieuwe werken. Zo kwam het secretariaat met een voorstel om allemaal één dag in de week thuis te gaan werken. Ze hebben goede onderlinge afspraken gemaakt en het loopt gesmeerd.

Ik merk dat mensen langzamerhand ook de voordelen van flexibiliteit ontdekken. Al moet ik zeggen dat het tot nu toe alleen draait om thuiswerken. Zo ruimen we op dit moment niet onze bureaus leeg als we weg gaan en zetten we de werkplekken niet flexibel in voor andere collega’s. Ik denk ook niet dat we dat op deze plek nog gaan veranderen. Maar daarom vind ik het wel heel spannend als ik bedenk hoe wij, met onze vaste gewoontes, straks onze eerste dag in de Rijnstraat gaan beleven.

Collega’s vragen zich af of we in de Rijnstraat nog bij elkaar kunnen zitten. Als argument hiervoor hebben wij de pasfotoprinter. ‘We moeten dit apparaat gebruiken en er ook bij in de buurt zitten, want je wilt niet dat pasfoto’s van vreemdelingen door het gebouw gaan zwerven.’ Deze printer zal ergens in het gebouw op een vaste plek worden geïnstalleerd en dus is onze conclusie dat wij werkplekken in de buurt van die printer moeten hebben. En zo wordt een printer op een grappige manier het symbool voor de wens om bij elkaar in de buurt te blijven werken. Ik kan er wel om lachen."